Arrestatieteam

Arrestatieteams hadden we vroeger, bijvoorbeeld in 1717, ook al. We lopen een dagje mee...

Arrestatieteam

We gaan stage lopen, u en ik. We moeten er vroeg voor op, sterker, we liggen net op bed, maar dat hebben we er voor over. We lopen namelijk mee met een echt arrestatieteam!

Het begint allemaal met Hendrick Hommelens - die ‛n’ in zijn achternaam kan net zo goed weg - uit Dinther, die samen met zijn maat Gerardus van Gemert in de late avond van Erp naar Gemert is gekomen. Na een duister bezoekje aan slachter Adriaen Hendricx lopen ze verder Gemert in, met getrokken messen, her en der krassen ze met die messen over de muren. De vonken springen eraf!

Maar de overheid waakt. Drossaard Doncquers heeft voelsprieten voor dit soort incidenten-in-de-dop en staat al bij het huis van zijn vorster en maakt hem wakker. Het is nog voor middernacht, maar Rogier Tutelers staat zonder morren op. Dat doen wij dus ook, nee, niet nog een minuutje doezelen, we gaan nú. We sluipen met ons vieren door de dorpsstraat en zien in de verte, ter hoogte van herberg Sint Joris, de vonken van een muur afketsen. De drost fluistert:

            ‛Past op, hier komen wij wel te pas.

Bij het huis van Christijn Peters treffen wij twee personen aan. De drost roept:

            ‛Staat, ofte dat gaat er door.

Ja, wij weten ook niet wat hij daar precies mee bedoelt, maar het klinkt wel goed.

Eén van de twee personen vlucht het steegje tussen twee huizen in, de andere blijft staan. We arresteren hem. Het blijkt Hendrick Hommelens te zijn. Pas als hij hoort dat hij mee moet naar het kasteel, begint hij zich te verzetten.

            ‛Breng me naar een herberg, niet naar het kasteel, daar zitten schelmen en gauwdieven. Ik zal een borg stellen.

Maar onze drost zit midden in een adrenalinestoot.

            ‛Marcheert of ik schiet u overhoop.

Met onze arrestant tussen ons in marcheren we in de richting van de donkere contouren der eerbiedwaardige burcht van de Duitse Orde. Op de kasteeldreef komt een schimmige gestalte naar ons toe. De drost maant hem weg te gaan, maar hij blijft ons volgen. Het maatje van onze gevangene natuurlijk. Bij de poort van het kasteel, in de draai naar de brug, springt de schim met grote snelheid op ons af, pakt de tromp van het geweer van de drost en rukt eraan. Vorster Tutelers komt in actie. Moeten wij met ons tweetjes ook niet iets doen?  Tutelers mept met de kolf van zijn roer op het hoofd van onze belager, maar de man maakt zich toch van het geweer van de drost meester en holt ermee weg. Even later klinkt een schot. We kijken naar elkaar. We zijn er allemaal nog. We brengen Hendrick Hommelens naar de gevangenis.

Een leerzame nacht. Nog een paar keer meelopen en daarna kunnen we op eigen houtje gaan arresteren. Prima vooruitzicht!