Bijna alleen maar verliezers

We schrijven het jaar 1665. Commandeur De Virmundt is wat konijnen kwijt. Ja, dat kan natuurlijk niet.

 

Bijna alleen maar verliezers

Commandeur De Virmundt voelde zich hoogstpersoonlijk beledigd. Twee van zijn konijnen gestolen, uit zíjn Gemerts jachtgebied, uit de Warande! Bovendien waren er gerede twijfels over het enthousiasme waarmee schout Otto de Visschere de daders van deze strooppartij wenste aan te pakken. Eén van de drie illegale jagers was namelijk zijn zoon Theodoor.

Peter en Joost Bouwmans, ingezetenen van Gemert, getuigden dat zij ongeveer tien tot twaalf dagen voor Vastenavond laatstleden in de Mortel bij de Warande waren en daar Theodoor de Visschere tegenkwamen.

‘Hij had een forret bij zich en een net en die andere twee kerels hadden een roer in hun hand.’

Theodoor zette het fretje neer en het beestje werd een konijnenhol ingestuurd. Achter de andere uitgang was het meegenomen net gespannen en de fret heeft twee konijnen uit het hol het net in gejaagd. Eén konijn kon toch nog ontsnappen en is het veld in gelopen en verdwenen onder een struik op een wal aan de overkant van de akker. Theodoor heeft toen uit het huis van een naburige boer een hak een spade gehaald en samen met zijn kompanen bij die struik geprobeerd het konijn alsnog te vangen. Of dat was gelukt wisten de getuigen niet.

We worden hier duidelijk geconfronteerd met het tegenovergestelde van een winwin-situatie: Theodoor werd aangeklaagd, zijn vader zat in een lastig parket, de commandeur betreurde het verlies van twee konijnen en de konijnen zelf hadden er ook geen lol aan beleefd. Alleen het fretje kon terugkijken op een prettige middag.