Erfdienstbaarheid

Erfdienstbaarheid of recht van overpad is maar al te vaak aanleiding voor burenboosheid. Nergens voor nodig. Kijk maar hoe het in 1663 in Bakel een mogelijke kwestie op voorhand werd opgelost…

1663 - Recht van overpad

Is het gras ergens ter wereld groener dan in die prachtige, malse weide die wij in Bakel allemaal kennen als den Valckert? De koeien herkennen het pad waarover ze naar dat hof van Eden worden geleid en huppelen onderweg blij hun stramme danspasjes. Er is echter een klein probleem. Den Valckert is van de gebroeders Herman en Joost Hermens, het pad ernaartoe daarentegen is van Frans van Hout. Als de laatste een slecht humeur heeft of gewoon lekker dwars wil liggen, dan kunnen de runderen van huize Hermens niet naar hun grasparadijsje. Gelukkig is Frans niet van het bokkige type en bovendien een koukleum, en die combinatie zorgt ervoor dat het tot een herenakkoord komt.

‛Op heden den 6 Junij 1663 zijn Frans van Hout en Herman en Joost, zonen van Willem Hermens, met malcanderen verakerdeert, dat Joost en Herman voorschreven hun beesten over het erf van Frans naar de weide den Valckert zullen mogen drijven, als ter plekke tenminste geen koren is gezaaid.’

Buurman Frans is niet totaal van het liefdadige type. De kachel moet immers branden.
‛Voor welk drijven van hun beesten Herman en Joost aan Frans geloven alle jaar voor hem te halen een kar turf of brand.’

Bovendien laat Frans in de afspraak opnemen dat als één van de partijen van de afspraak af wil, zulks binnen veertien dagen na opzegging kan en mag. Toch zie ik hier, samen met u, een bewonderenswaardig voorbeeld van burenhulp, die wij in het onderhavige geval zelfs zouden willen betitelen als naasten- én dierenliefde. Of is dat wat overdreven?