Filosoof met taalproblemen

In 1674 wordt de Schotse familienaam "Mackalla" steeds vaker genoemd. Integratie ten voeten uit, want deze immigranten weten zich tot in de bestuurlijke kringen van het dorp op te werken. Maar er blijft een communicatieprobleem...

1674 - Filosoof met taalprobleem

Dat heeft u heel goed gezien. Die Daniël Mackalla die tegenwoordig in Bakel vertoeft, is van Schotse afkomst. Kijk maar naar de eerste drie letters van zijn naam. Daniël komt uit een Schotse clan. Hij heeft eerst een tijdje in Beek gewoond, maar daar speelden ze op een verkeerde manier in op zijn Schotse temperament. Zelfs nu, nu de man van boven de muur van Hadrianus zijn domicilie in Bakel heeft, is de Beekse schepen Frans Verbakel nog zo lomp om Daniël in te wrijven dat deze uit Beek is weggejaagd en ongetwijfeld ook weggejaagd zal worden uit Bakel. Daarbij valt het woord ‛kapeldief’. Mackalla, die zijn uiterste best moet doen om het Brabants dialect te begrijpen, heeft drommels goed door dat hij ernstig wordt beledigd. Hij formuleert zijn antwoord zorgvuldig.

Ik zal uw huis in brand steken.

De Gemertse schepenen worden er als arbiters bijgehaald. Ze leggen sussend aan Daniël Mackalla uit dat het aan Onze Heere God is om te straffen en niet aan een Schotse hooglander. Maar ja, mensen uit Schotland hebben alle tijd om gedurende de lange regenperiodes in hun land de diepere betekenissen van Gods woord te overpeinzen en Daniël komt met een leerstelling die ongetwijfeld geniaal is, maar die vanwege zijn gebrekkige beheersing van het Brabants de Gemertse schepenen toch met de nodige vraagtekens achterlaat.

Daar is noch God, noch duivel, noch dood. Dat is niets dan een schijn, want als een mens dood is, dan scheidt het hout op het graf met referentie geschreven. Ik had liever dat de duivel mijn ziel uit mijn lichaam kwam rukken.

En als ik zo naar ú kijk, dan geloof ik dat niet alleen de Gemertse schepenen met enige vraagtekens blijven zitten.