De pest: allerlei narigheid

De pestepidemie van 1636 had verschrikkelijke gevolgen. Maar ook een hele lange nasleep, getuige het navolgende voorbeeld.

1637

Een pestwijf uit Nijmegen

Maria, de nog jonge weduwe van de tijdens de pestgolf gestorven schout Henrik van den Bogaert, is natuurlijk niet gek. Elisabeth van Cruchten uit Nijmegen kan dan wel beweren dat ze van wijlen de schout nog 200 Rijksdaalders tegoed heeft, maar Maria is niet voor niets een paar jaartjes de echtgenote van een gezagsdrager geweest. Zij stelt vraagtekens bij de echtheid van de betreffende obligatie, waarbij al de eerste letter onduidelijk is.

            ‘Is het een H of is het een P?’

Ook wordt de volledige naam van Henrik van den Bogaert niet in de akte genoemd.

‘Het zou net zo goed Henrik van Cruchten kunnen zijn die de schuld is aangegaan. Als die eerste letter tenminste een H is. Mijn man zaliger heeft er ook nooit iets over gezegd. Bovendien, die obligatie is van 1631, mijn echtgenoot was ten tijde van het vastleggen nog een jongeman, ongehuwd, zijn beide ouders nog in leven. In zo’n situatie moogt ge als kind, als jongeman in uw onmondige jaren, geen geld lenen! En zeker niet zo’n grote som. En nog wat: zulke obligaties mogen maximaal drie jaar duren, dat is al in 1384 door vrouwe Joanna bepaald.’

Goed zo, Maria! Je weert je kranig. Je bent waarschijnlijk tegen alweer zo’n gelukszoekster aangelopen die na de pestepidemie van vorig jaar munt tracht te slaan uit de chaos die de haastige ziekte heeft achtergelaten. Laat je niet kisten! Dat is de laatste tijd al veel te veel gebeurd.