Het Bakels uitgaanscentrum ligt plat

We kunnen niet uit in Bakel? Wat is dat nu weer voor een onzin... Geen paniek, het betreft een situatie anno 1700.

1700 - Het Bakels uitgaanscentrum ligt plat 

Weet u wat een ‛pijlder’ is? Het is een ijkmeester, gespecialiseerd in brouwketels. Degene waar wij last van hebben heet Hendrik Hoffdijk en komt helemaal uit ’s-Hertogenbosch naar Bakel om de bierproductie in het dorp aan een  nader onderzoek te onderwerpen. Hij begint bij herbergier-brouwer Hermens.

‛Eerstelijck den ketel van Mattijs Willem Hermens, groot bevonden tien en drie quart aems, en verclaert den selven niet te sullen brouwen, als mede den ketel onbruijckbaer bevonden.’

Tja, wat heeft een dorstige Bakelnaar aan een onbruikbare brouwketel?

‛Item den ketel van Hermen Willemsen, groot bevonden achttien en een quart aems en verclaert den selven, niet te sullen brouwen als mede den ketel onbruijckbaer bevonden.

Ook al! Wat is er aan hand? Vlug, onze pijlder is al bij de derde herberg.

‛Item den ketel van Michiel de Bijll groot bevonden sestien en drie quart aems, en verclaert des selfs huijsvrouw, bij absentie van haeren man, niet te sullen brouwen als mede den ketel onbruijckbaer bevonden.’

Het lijkt wel een epidemie. Drie brouwketels buiten werking. Dorst en paniek dreigen toe te slaan. Of zouden die drie brouwers op een geniale manier de cijnzen hebben ontdoken? Dat ze, na de pijlder gedag te hebben gezwaaid, door een geheim hendeltje om te zetten ineens weer uitstekend functionerende brouwketels hebben? Kom, we gaan een pint bestellen, dan weten we het gauw genoeg.