1556 Gecontracteerd huwelijk

Tuurlijk kunnen priesters zonen hebben. Het zijn en blijven mannen. En de kinderen die zij zo hier en daar verwekken worden groot...

De zoon van een priester gaat trouwen.

            ‛Door tussenkomst van goede mannen is een wettelijk huwelijk gecontracteerd tussen Jan, de natuurlijke zoon van de eerwaarde heer Hendrik van de Nuwenhuijs ter eenre, en Lenartke, de dochter van Jan van Zeeland ter andere zijde.

Nu ja, de zoon doet het dus netter dan de vader. Die had destijds slechts oog voor de laatste lettergreep van ‛celibaat’. Hij had in de hem toevertrouwde kudde blijkbaar een leuk ooitje gevonden. Nee, we gaan niet zuur doen. De eerwaarde vader laat zich trouwens van zijn gulle kant zien. Na overleg met de bisschop van Luik is heer Hendrik bereid het jonge bruidspaar honderd gulden te schenken, en na zijn dood nog een erfpacht van vier mud rogge.

            ‛Dit uit zonderlinge liefde, eer en vriendschap, in pure aalmoes en om Godswil.

Tante Aelke van de Nuwenhuijs is ontroerd. Ze doet een ferme duit in het huwelijkszakje en geeft, ook in pure aalmoes en uit zonderlinge liefde, aan haar neef de bruidegom honderd Rijnse guldens en twee mud erfrogge uit een onderpand in Woensel.

Prima schoonfamilie, toch? Lenartke bevestigt, nu met meer enthousiasme dan voorheen, dat ze dit huwelijk wil aangaan. Wel na enig nadenken en overleg.

            ‛Het was door vriendenraad.

Goed zo Lenartke, je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. Ook al omdat bij alle giften de bepaling geldt dat als uit het huwelijk geen kinderen worden geboren, alles weer terugvalt aan de gulle gevers. Tja, dat soort dingen heb je nu eenmaal bij een gecontracteerd huwelijk.