1617 - Schoolstrijd

Hoe innig de verhoudingen tussen de toenmalige aparte gemeenten Bakel en Milheeze <> Gemert waren, wordt onderstreept door het feit dat het Gemerts onderwijs gesteund werd vanuit het Bakelse - al is dat een eeuw of wat geleden.

1617 - Schoolstrijd

Wij in Gemert eren Hendrik van Ruijschenbergh, onze soevereine vorst met de lange baard, als de stichter van de Latijnse school. Sinds 1587 gaan wij niet alleen mee in de vaart der volkeren, nee, wij bepalen zelfs het tempo van die vaart. Ha, u moest eens weten wat voor een golf van intellect telkens op de laatste schooldag voor de grote vakantie vanuit die twee klaslokalen de wereld wordt ingestuurd. Maar dat kunt u niet weten, want u heeft niet op die school gezeten.

Wat echt niet aan uw aandacht mag ontsnappen is dat zo’n school, inclusief twaalf studiebeurzen per jaar, een Handelse berg geld kost. Ook dat probleem heeft onze edele heer Ruijschenbergh onderkend en aangepakt.

‛Wij, Henrick van Ruijschenbergh, landcommandeur der Balije Biesen van de Duitse Orde, doen op deze 20ste augustus 1590 kondt opdat iedereen weet, dat wij constitueren en volmacht geven aan de pastorij van Gemert, aan de altaren van Due Virginis en van Marie Virginis in Bakel, welke beide altaren onder onze school te Gemert geïncorpereerd zijn, de renten en betalingen die onwilligen  onbetaald laten, met alle middelen van recht in te vorderen en af te dwingen.’

De Gemertse pastoor Coolmont dwingt drie jaar later in een proces voor de Raad van Brabant af dat de opbrengsten van het Onze Lieve Vrouwe-altaar in de Bakelse kerk naar de pastoor van Gemert en de rector van de nieuwe school aldaar moeten worden gesluisd. En in het rectorboek van de school staat ook dat uit een huis en hof te Bakel ter plaatse ’t Overschot - ze kunnen het daar best missen - jaarlijks een vat rogge ter ondersteuning van het Gemerts onderwijs naar de Commanderij moet worden gebracht. De eigenaar van dat huis, Jan Henricx van den Kerckhof, sputtert in 1617 nog wat tegen. Hij heeft het huis en dus ook de bijbehorende pacht van zijn schoonvader geërfd, maar hij beweert van die pacht niets te weten. Dat heeft schoonpapa nooit verteld. Geen probleem, de rector van de Latijnse school doet deze onwillige Van den Kerckhoff meteen een proces aan. Zo doen wij dat.  Zo heeft Hendrik van Ruijschenbergh het ons geleerd.  Iemand in Bakel die onze drang naar wetenschap ondermijnt? In zekere zin klappen wij dan meteen uit de school.