Ach, wat is raar en wat is niet raar, naar de normen en waarden van de dorpssamenleving in de 17e eeuw?

Ik geef u wat voorbeelden van wat raar en niet raar is.

1676 - Raar
Zo raar. Vier mannen gaan naar het huis van de heer advocaat Valckenaer. Het zijn de schepenen Verhofstadt en Van Meijl, schout Cox en de vorster. De schepenen doen verslag.
            ‛We hebben gezien dat de heer schout de gordijnen van de slaapplaats in de keuken
             openmaakte, alwaar de advocaat en zijn vrouw Catharina van Kessel ontkleed te
             bed lagen.

Nee, ze vertellen er niet bij waarom deze toch forse inbreuk op de privacy blijkbaar gerechtvaardigd is.
De schout zegt tegen de advocaat:
            ‛Sa, staat op, wij moeten u eens spreken.
Van een advocaat mag je op een zo heikel moment enig verbaal weerwerk verwachten, maar het is Catharina die antwoordt:
            ‛Gijlieden zoudt ons op ons werk wel verrassen!
En dat is het dan. Meer niet. Raar. 

1676 - Niet zo raar
Nee, het is helemaal niet zo raar dat Hans Jegers iedere dag even een glas bier of wijn in de herberg van Aelke Verporten gaat drinken. Hij heeft daar een glasheldere verklaring voor.
            ‛Daar ben ik aan gehouden.
Nou, niet door Aelke, want die maakt zich grote zorgen over de betaling van de steeds maar uitdijende rekening van Hans. Hij heeft in een grijs verleden één keer vijf gulden afgerekend, maar staat nog voor een onmogelijk groot bedrag bij Aelke in het krijt. De zestigjarige herbergierster wordt daar iedere avond bij het slapengaan mee geconfronteerd, want zij heeft de gewoonte de lopende rekeningen - ja, met krijt - op de binnenmuren van haar bedstee te noteren. De Hans Jegers-rekening beslaat zowat de hele zijde aan het voeteneind. Ze kan de laatste tijd maar moeilijk in slaap komen en als ze dan eindelijk indommelt droomt ze van  lange rijen krijtstreepjes. Aelke wil dat Hans nu eindelijk eens betaalt. En ook dat is helemaal niet zo raar.