Belediging schout?

Met de schout viel anno 1623 niet te spotten. En u begrijpt, want dat is van alle tijden: verloren eer keert moeilijk weer!

1623

Verloren eer keert moeilijk weer

Beledigende woorden, blamages, reputaties die publiekelijk worden geschaad. Zo stond er in februari 1623 plotsklaps met koeienletters op de Gemertse kerkdeur:

            ‘Michiel Cremers is een kerkdief, hij heeft gestolen het geld van meester Jan.’

Michiel was diep in zijn ziel geraakt en nog dieper in zijn eer aangetast. Hij dacht dat schout  Walraven van den Bogart de auteur van die woorden was en liet dat ook aan iedereen weten. Dat was dom. Nu was het de beurt aan de schout om zich in zijn eer aangetast te voelen en Michiel betaalde de rekening. Hij deed boete op z’n blote knieën, de hele hoogmis, van het begin tot het eind, in linnen kleding, met in iedere hand een brandende waskaars van vijf pond. Daarna liep hij verplicht mee met de processie en bij terugkeer in de kerk moest hij de twee kaarsen offeren voor het huis van het Heilig Sacrament.

En was daarmee de kous af? Hoe zal het Michiel naderhand zijn vergaan in die tamelijk geïsoleerde dorpsgemeenschap? Bleef men de spot met hem drijven? In 1623 deed men niet aan grammatica. Anders zou de arme kerel het verschil hebben ingezien: De schout beschuldigt? Ja. De schout beschuldigd? Beter van niet!