Het zal je kind maar wezen

De liefde die kinderen voor hun ouders gevoelen, is van alle tijden en een zekerheid waarop elke generatie kan bouwen. Toch? Niet? Jammer!

1718

Het zal je kind maar wezen

Rombout Craeijevelt is op kousenvoeten - bij wijze van spreken dan toch - naar de drossaard en schepenen geslopen. Hij wil terugkomen op een verklaring die hij drie jaar geleden door het eerbiedwaardig college van dorpsbestuurders heeft laten optekenen. Destijds hebben  Rombout en zijn vrouw hun zoon Jacobus officieel vergeven.

            ‛Ja, wij hebben hem toen gepardonneerd voor de grote insolentiën die hij had gedaan vóór 12 maart 1715. Maar die vergiffenis is geschied door dwang en afpersing.

Doodsbenauwd is het echtpaar. Bang voor je eigen vlees en bloed. Bestaat er iets ergers? Het is thuis niet te harden. Van de week nog bedreigde Jacobus zijn vader zo heftig, dat Rombout uit het huis is gegaan en de nacht heeft doorgebracht op een bussel stro in de stal. Terwijl vader lag te rillen van de kou, haalde Jacobus een vat bier voor zijn kameraden uit de kelder en riep in de richting van de stal dat zijn vader een weerwolf was. En moeder, die halsstarrig en moedig in huis bleef, kreeg te horen dat ze een hoer en een heks was. Ook zij werd bedreigd.

            ‛Ik wou dat u de moord stak en zo stijf waart als een deur.

De toestand is onhoudbaar. Ondanks alles presenteerde Rombout afgelopen middag zijn zoon aan om mee te eten, maar Jacobus nam het rooster met daarop het vlees bij de haard weg en smeet het over de keukenvloer. Dáárom is Rombout naar de schepenen gekomen.

            ‛Ik durfde niet eens te protesteren, bang om aan den lijve geaffronteerd te worden. Die    jongen heeft zich altijd al als een rebelse geus tegen zijn moeder en tegen mij  gedragen.

De schepenen hebben met Rombout te doen. Ze vaardigen een decreet van apprehensie, gevangenneming uit. Niet om wat Jacobus zijn ouders heeft aangedaan, maar vanwege andere zware delicten.

Het zal je kind maar wezen.