In een kerker gestopt en vervolgens min of meer vergeten worden…

In een kerker gestopt en vervolgens min of meer vergeten worden… Gelukkig niet door de  cipier. Anders had ondergenoemde Trijnen ongewild stevig moeten lijnen.

1641 - Beetje vergeten?

Al twee jaar geleden is Peter Hanricx, die in deze contreien enige naam en faam heeft opgebouwd onder de naam ‛Peter Trijnen’, voor het één of ander vergrijp door de schout in de kerker gemikt. Wat voor een vergrijp? Dat probeerden we hier in het dorp net na de gevangenneming van Trijnen hartstochtelijk te achterhalen. Over zulke dingen willen wij, in verband met onze drang naar dynamische gespreksonderwerpen in de herberg, graag uitgebreide informatie. Maar ja, het was niet al te verschrikkelijk wat Trijnen had uitgespookt, anders waren we het wel te weten gekomen, en de belangstelling ebde al snel weg. Sindsdien zijn we die hele kwestie een beetje vergeten. Het is best mogelijk dat de schout de zaak ook niet meer scherp op zijn netvlies had.

‛Gerecht, gehouden te Gemert, op 3 april 1641: Sinjeur Johan Becx, schout alhier, in naam van zijn ambt aanlegger tegen Peter Hanricx alias Trijnen.’

Vandaag blijkt dus dat die Peter nog steeds op den Hoogen Huijse van Gemert in de gevangenis zit en zucht. Er wordt op de secretarie, waar de zaak dient, door de schout aan hem gevraagd of hij “tot recht begeert geproclameerd  te worden.” “Nee,” zegt Peter, “ik verzoek alleen maar genade, geen recht.”

Ja, je wordt murw, na twee jaar in zo’n kerker.