MELDINGEN ONGEVALLEN, VOORVALLEN EN OORLOGSHANDELINGEN

In vier delen de komende weken de oorlogshandelingen waarmee Bakel en Milheeze in 1940-'45 werden geconfronteerd.
  1. Brief d.d. 31 mei 1940, gericht a/d adjunct-inspecteur voor de Luchtbescherming te ’s-Hertogenbosch. Het betreft een melding van een bombardement, in de nacht van 24 op 25 mei 1940, op de grens tussen Gemert en Bakel. Het ging om vermoedelijk twee Engelse vliegtuigen. Na neerlating van lichtkogels werden enige brandbommen afgeworpen. Schade: 40 ha. jong dennenbos brandde af.
  2. Afschrift telegram en telegram zelf, d.d. 1 juni 1940, over hoe kennis moet worden gegeven van (de gevolgen van) een luchtaanval. Afzender: de waarnemend inspecteur luchtbescherming. Ontvanger: de burgemeester van Bakel.
  3. Brief d.d. 10 juni 1940 van de inspecteur voor de bescherming tegen luchtaanvallen, waarin uit de doeken wordt gedaan hoe luchtaanvallen te beschrijven en te melden.
  4. Brief d.d. 25 juni 1940 van de Commissaris der Koningin in Noord-Brabant, ook met een uiteenzetting over hoe luchtaanvallen te beschrijven en te melden.
  5. Brief d.d. 27 juni 1940, gericht aan de Commissaris der Koningin van Noord-Brabant, met een melding van een neergestort Engels vliegtuig op de Klef te Milheeze. De piloot was dood, twee vliegeniers zijn aan de Duitsers overgedragen. Er lagen enige niet ontplofte bommen bij het vliegtuig, die door de Duitsers onschadelijk zijn gemaakt. Tevens wordt het bombardement van 24 op 25 mei (zie no. 1) vermeld.
  6. Brief d.d. 2 juli 1940, gericht aan de Staboffizier der Ordnungspolizei in ’s-Hertogenbosch. ‘Hedennacht’ om 2 uur werden vier bommen, vermoedelijk brisantbommen, in een jonge bosaanplanting, eigendom van onze gemeente, geworpen. Geen ongelukken, geringe schade.
  7. Telegrammen met aanwijzingen hoe de Duitse autoriteiten op de hoogte willen worden gehouden m.b.t. luchtaanvallen, juli – oktober 1940.