Mortelse kapel steeds rijker

De status van een kapel, dat is mooi, maar als piepklein dorpje wil je meer. Een kerk! Dus moet er gespaard worden. Giften zijn welkom!

Voor drossaard en schout Gerardus Doncquers, en Willem Ansems van Hout en Andries Aerts van den Eijnde, schepenen van Gemert, verschenen de heer SIMON van de WIJDINGE, kapelaan alhier, LAMBERTUS KERCKHOFF, schepen alhier, THEUNIS JANSEN, THONI van SEELANDT en JAN HEEREN die ter instantie van GERARD THONIS, kapelmeester der kapel in de Mortel, getuigen dat genoemde heer Simon, Theunis Jansen en Jan Heeren ten huize van van genoemde Theunis waren, alwaar – het was enige dagen voor zijn dood – krank te bed lag NICOLAES van de GOOR. Deze verklaarde toen dat het zijn uiterste wil was dat het “goed dat ick daer heb liggen”,  waarmee hij het “goedje op Milschot” bedoelde, aan de kapel in de Mortel te vermaken. Lambertus Kerckhoff en Thoni van Seelandt vertellen dat de dag erna, een zaterdag, Nicolaes van de Goor handtastinge heeft gedaan aan Lambertus en hij zei nogmaals dat hij het goed dat nu werd gehuurd door PETER ANSEMS (hetzelfde hiervoor genoemde goedje) aan de kapel in de Mortel wenste te vermaken. Nicolaes was op dat moment volkomen bij zijn verstand en memorie.

In de marge zegt Jan Heeren nog dat hij niet zeker weet of Nicolaes zei: “Aan de kapel”, of: “Aan de kapel in de Mortel.”                                        9 september 1721