Protestantse kerk in katholiek dorp

Goed, toestanden zoals in Noord-Ierland hebben we hier gelukkig nooit gekend, maar in het akkoord dat een einde maakte aan het soevereiniteitsconflict (1648-1662) in en over de vrije heerlijkheid Gemert, werd weliswaar bepaald dat de aloude St. Janskerk aan de katholieken teruggegeven werd, maar verplichtte een andere bepaling tegelijkertijd het gemeentebestuur om een gereformeerde kerk toe te staan en te onderhouden. De dominees die hier beroepen werden, hadden het niet makkelijk. Aan de andere kant, het liep nooit écht uit de hand ...

Voor Hendrick van Ham, president, en JAN ROEFFS, schepen van Gemert, verschenen GIJSBERT van RAVESTEIJN, koster der gereformeerde kerk, JAN van der LINDE, CATHARINA VERPOORTEN ev GERARDUS KARS, MARIE DRIESSEN van de LAER, BARBARA MEESENBERGH, JAN van RAVESTEIJN, CORNELIA DECKERS ev Jan van Ravesteijn voorschreven, JOANNES ROBBERT, BERNARDUS ROBBERT, HELENA DIRCKS, ARNOLD STEVENS, vorster alhier, HENDRICK HOLTS, GEERTRUIJ van DOOREN ev HENDRICK van ZEELANDT, ELISABETH van ZEELANDT en JENNEKE TONI JOOSTEN, die ter instantie van het officie verklaren dat  op 15 juli 1731, in de namiddag omtrent half twee, het volgende is gebeurd:

Gijsbert vertel dat hij net voor de tweede keer de klok luidde “tot de predicatie”, toen in de kerk een manspersoon is gekomen, dronken, met een kort tabakspijpke in zijn rechterhand. Hij liep door tot het eerste gestoelte en heeft daar een kerkboek gevonden, waarin hij ging bladeren, zonder er enige molestatie aan te doen. Vervolgens kwam er een vrouwspersoon binnen, die de man verzocht te vertrekken. De man dreigde haar te slaan, maar is door tussenkomst van Gijsbert toch vertrokken, echter de man bleef buiten duidelijk hoorbaar staan “smelen”, mopperen, dat hij uit de kerk was gezet. Gijsbert zei toen: “We hebben hier geen zatte mensen nodig.” De man fulmineerde tegen de geuzen en de calvinisten. Pas daar vernam Gijsbert dat de man in kwestie JAN BROUWERS was, en de genoemde vrouw zijn echtgenote. Gisteren is Jan Brouwers bij Gijsbert om vergiffenis komen vragen.

Getuige Jan van der Linde was ook in de kerk, zag hoe Jan Brouwers in het kerkboek bladerde en hoe een zekere vrouwspersoon hem verzocht uit de kerk te gaan en dat Jan Brouwers op het Mercktveld later nog steeds raasde en tierde. Jan raadde Gijsbert aan: “Gaet naer huijs, wat wilt gij tegens eenen droncken mensch seggen?”

Catharina heeft Jan Brouwers alleen maar horen tieren.

Maria hoorde vanuit de verte dat Jan steeds maar over “de geuzen” riep.

Barbara beschrijft Jan als zekere onbekende dronken manspersoon, een schoenmaker van zijn ambacht en van Vanrade (Venraij) vandaan, die het had over “geuseduijvels”.

Jan van Ravesteijn maande Jan Brouwers op het Mercktveld aan naar huis te gaan, heeft gezien dat hij naar zijn zak tastte maar daar zat geen mes in. Later heeft Jan om vergiffenis gevraagd, wat hij liefdadig heeft geaccordeerd.

Jan van Ravesteijns vrouw bevestigt een en ander.

Joanne en Bernardus Robbert doen dat ook.

Helena heeft Jan Brouwers vervolgens herberg St. Joris in zien  gaan.

Vorster Stevens vertelt hetzelfde als Jan van Ravesteijn.

Hendrick Holts, die in herberg St. Joris woont, vertelt hoe Jan Brouwers in de keuken aan het razen en tieren was. Hendrick maande hem tot stilte, want in de kamer zat de predikant van Helmond, maar Jan bleef roepen dat de geuzen “valsche leeraers” waren.

Geertruij, de hospita van herberg St. Joris, bevestigt dat.

Elisabeth, ook wonende in St. Joris, weet niets nieuws te vertellen.

Jenneke tenslotte, de dienstmaagd van St. Joris, ook niet.     31 juli 1731