Rotmeester

Het is al weer lang geleden dat de aanduiding 'rotmeester' zich nestelde in het onderwijsveld. Maar ooit betekende dit woord iets heel anders. Dat het niettemin 'rotklusjes' kon opleveren, bewijst de navolgende, korte anekdote.

Voor de schepenen van Gemert verscheen Arnoldus Matthijs van der Sanden, rotmeester van het Haageijks rot. Hij getuigt dat hij op vrijdag 11 juli 1783 door de eerwaarde heer pastoor Ecrevisse is geroepen om naar de woning van de weduwe Johan Melis te gaan. Zij is in de Straat woonachtig. Aldaar gekomen vroeg de pastoor aan Arnoldus of hij de rotmeester was. "Ja." Of hij dan maar lieden wilde verzamelen om de Rips alhier uit te diepen en te vegen?

De pastoor beloofde een kan jenever aan de rotgezellen. Ze zijn begonnen omtrent de grote brug, aan het begin van de Molenstraat.     21 juli 1783