Schoonmoeder

Tja ... Schoonmoeders. Vaak een beladen onderwerp. Ook al in 1743.

1743 - Schoonmoeder

We hebben het fenomeen ‛schoonmoeder’ nog helemaal niet aangeroerd. In sommige relaties een beladen thema, maar Jan Benedictus van Deursen heeft twee jaar en vijf maanden (hij kan, indien gewenst, ook nog het aantal weken, dagen en uren noemen) zijn schoonmoeder Jenneke Sijmons van Vlijmen in huis gehad.

‛Ik heb haar toen eerlijk en loffelijk onderhouden en dat heeft 145 gulden gekost. En ik heb ook nog haar doodskist betaald.’

De gelaatsuitdrukking waarmee Jan die laatste zin uitsprak, valt helaas niet meer te reconstrueren.

‛En ik heb ook nog betaald aan Joanna Corstiaens - voor het belucht, aan Francis van der Putten - voor verhaalde waren, en aan Arnold van den Broeck - voor het luijbier.’

Nee, belucht heeft niets met ontluchting te maken. Het zijn de kaarsen die bij de dodenwake branden. Het luijbier evenwel heeft wellicht met opluchting van doen. Het klokkengebeier voor de dode luidde immers voor Jan het eind van een tijdperk van twee jaar en vijf maanden in.

‛Rúim twee jaar en vijf maanden!’

Ruim.