Trouwen is geen kinderspel

Natuurlijk willen wij het aangaan van een huwelijk niet ontmoedigen. Dat feestelijk gezicht op het plein voor het gemeentehuis willen we niet missen. Inderdaad, op dezelfde plaats waar ooit de beroemde herberg "Sint Joris" stond. Toch is goed het aloude spreekwoord "Bezint eer ge begint" nog even van stal te halen ...

1614

Trouwen is geen kinderspel

Ze hadden het niet moeten doen. Het was op voorhand duidelijk dat het kommer en kwel zou geven. Maar ja, zij een weduwe met kinderen, hij een weduwnaar met kinderen …

‘Goed dan, we trouwen.’

‘Maar dan wel op huwelijkse voorwaarden!’

Jenneke Ansems trok bij Dierk Maes Thijs in. Hij was de baas van herberg “Sint Joris” op de Markt en had ruimte genoeg. Helaas gáven die twee elkaar geen enkele ruimte. Ruzie over de opbrengst van de wilgen die Jenneke had verkocht, ruzie over het oude huis van Jenneke in de Haag, ruzie over de doorverkoop van een schaap en een opgekweekt half vet varken, ruzie over de ruzie tussen de wederzijdse kinderen. En het paard van Jenneke, dat werd voor de kar van Dierk gespannen.

            ‘Maar dan geen vrachten buiten Gemert!’

Toch moest het paard naar Den Bosch, naar Etten, naar Grave, Schaijk en Herpen.

            ‘Dan wil ik mijn deel van de vrachtprijzen!’

De onmin werd wrevel, de wrevel werd haat. Dierk zette Jenneke buiten en haar kinderen mochten ook niet meer in de herberg komen. Als ze dat toch deden, werden ze door de kinderen van Dierk gestompt en geslagen. Alleen dochter Lijske mocht blijven.

‘Dat is waar, maar zij heeft er acht jaar dag en nacht als een slaaf gediend. Nog niet een paar schoenen heeft ze gehad.’

En toen Jennekes’ zoon Ansem in Den Bosch studeerde en een keer ziek van de koorts thuis kwam in de herberg en daar twee maanden moest verblijven, toen heeft zijn stiefvader hem twaalf gulden laten betalen!

Nee, er zat een veel te groot lek in dit huwelijksbootje