Uitvinder in Gemert

Een Helmonder gaat een weddenschap aan met de Gemertse bevolking. Hij komt met zijn curieuze uitvinding naar Gemert, nu bijna vijfhonderd jaar geleden.

1534

Géén klap van de molenwiek

Er komt een Helmonder naar Gemert. Nee, u zegt het, niet echt een intrigerende mededeling. Hoewel, Helmonders …

Déze Helmonder heeft zijn bezoek echter officieel aangekondigd. Hij wil namelijk een weddenschap aangaan met de Gemertse mensen. Men kan inzetten bij de secretarie van de schepenbank.

‘Ik en zal binnen een dag, tussen zonsopkomst en zonsondergang, zonder rutselen of rad, zonder de kracht van water of wind, een mud rogge of meer malen.’                                                                                              ‘Zonder een wind- of watermolen? Malen? Ja, die vent is malende. Ik durf wel te wedden dat ’m dat niet lukt!’

En zo denkt het hele dorp er over. Er wordt massaal gewed. Dat is nog eens makkelijk verdiend.

Op de afgesproken dag staan de mensen al vroeg op ‘t Mertveld en verkneukelen zich over de rare Helmonder die hier ongetwijfeld een vreemd schouwspel zal opvoeren. En vervolgens nog geld toe! De mensen wrijven zich in hun handen. Soms is het leven toch zo mooi.

Ah, dat zal ‘m zijn. Op de bok van een grote platte kar gezeten draait de uitdager de Markt op. Twee flinke molenstenen liggen op de wagen, de bovenste in een grote, houten stellage. Onder het publiek is enige onrust voelbaar. Zoiets hebben de mensen in Gemert nog nooit gezien. Maar och, waar moet ie met die grote, niet te tillen stenen naar toe? Hoe en waar krijgt ie die ooit aan het draaien?

De Helmonder doet echter geen enkele moeite de stenen van zijn wagen af te krijgen. Hij pakt een stuk of twaalf houten balkjes, schuift die in de openingen van de houten omlijsting van de bovenste molensteen en zet ze vast. Vervolgens neemt hij weer plaats op de bok, klikt een keer met z’n tong en het paard zet aan. Kijk, kijk nu toch! Die balkjes passen tussen de spaken van de twee achterste karrenwielen. En zo wordt door het rijden van de kar en de omloop van de wagenwielen de bovenste steen rond geduwd. De overeenkomst met een windmolen of een waterrad is dat de Helmondse combinatie óók rondjes maakt. Malen op de Markt. De schepenen zijn getuige.

‘Wij schepenen hebben een hele dag daarbij gestaan en we hebben gezien dat er nog wel méér dan een mud rogge werd gemalen. Er had zelfs nog wel een mud gekund. Ook hebben wij gezien dat op dezelfde wagen een bakoven stond waarin wij hebben zien schieten roggedeeg en kermijcken deeg en we hebben het er natuurlijk gebakken weer uit zien trekken.’

Eén van de vele verliezers in het publiek is nog uitgesprokener.

            ‘Ja, hé, zo kunde een heel leger aan ’t eten houen.’

Zeker. En tegelijkertijd de moraal van de troepen nog wat opvijzelen. Want van kermijcken deeg maak je krentenbrood. In welk leger krijg je dat?

De Helmonder had de weddenschap gewonnen!