Vrouwen de onderliggende partij?

We hebben altijd het beeld van de zwakke, kwetsbare vrouw, zeker in de lang vervlogen tijden van de 17e of 18e eeuw. Nou, dat viel wel mee ...

We hebben altijd het beeld van de zwakke, kwetsbare vrouw, zeker in de lang vervlogen tijden van de 17e of 18e eeuw. Nou, dat viel wel mee ...

Voor de Gemertse drossaard Gerardus Doncquers en de schepenen Jan Anthonis Hes en  Rombout Aert Cuijpers verschenen JAN ANTHONIS van SCHUIJL, oud-schepen, en THOMAS van den EIJNDE, borgemeester alhier, die ter instantie van LENDERT ALARS getuigen. Jan vertelt dat op 18 december 1717 hij omtrent zijn huis gezien heeft dat MARIE, de vrouw van WILLEM ANSEMS van den ELSEN en de voornoemde Lendert in handgemeen waren. Marie schopte Lendert onder zijn bocx. Jan heeft hen gescheiden. Thomas heeft ten zelfde tijde gezien dat er iets -een dood schaap- op een kar werd geladen en inderdaad dat de vrouw van Willem van den Elsen en Lendert aan het vechten waren. Marie pakte Lendert bij diens haar en schopte hem, en Marie was aan haar tanden bebloed.

GERARDUS KARS, kerkmeester alhier, heeft de twee vechtenden gezien “op ofte neven malcanderen” liggende en er lagen twee dode schapen op straat.

FRANS JANSEN en THONI JANSEN, knecht van Lendert Alars, zagen dat Lendert onder Marie lag en dat Lendert om hulp riep. Samen met Jan van Schuijl hebben ze de vechtenden gescheiden. Thoni verklaart twee dode schapen van de kar geladen te hebben en ze in het huis van voorschreven Willem Ansems van den Elsen gebracht te hebben, waarop de vrouw – Marie dus – hem bij zijn rock pakte en zo hard trok dat deze stuk ging. Daarna ontstond buiten de vechtpartij en vielen Lendert en Marie in het slijk. Inderdaad, Lendert riep om hulp, nietr Maria.                         22 december 1717